Auteursrichtlijnen

Deze auteursrichtlijnen zijn bedoeld voor iedereen die een bijdrage wil indienen voor het vaktijdschrift de Liniaal.

Algemene richtlijnen (voor alle bijdragen):

Algemeen

Doelgroep: basisschoolprofessionals en andere geïnteresseerden binnen het onderwijs.

Originaliteit: bijdragen zijn niet eerder (bij de Liniaal of elders) gepubliceerd (online of in print).

Structuur: een logisch opgebouwd, lopend verhaal met duidelijke en beknopte tussenkopjes en een titel. Kaders of korte uitwerkingen ter verduidelijking zijn optioneel. Geef, indien gewenst, suggesties voor streamers (korte uitgelichte zinnen). De redactie kan hiervan afwijken.

Taal en toon: Nederlands, helder, toegankelijk en prettig leesbaar. Ironie of sarcasme spaarzaam gebruiken en tussen enkele aanhalingstekens aangeven.

Stijl: Schrijf getallen tot en met twintig voluit, behalve als het rekenen of wiskunde betreft of wanneer het om leerjaren gaat (bijv. groep 3). Zet anderstalige woorden en uitdrukkingen cursief.

Bronnen: vermeld (relevante) geraadpleegde literatuur, rapporten en online bronnen (bij voorkeur met links). Dit is voor de redactie ter verificatie en om eventueel onder de bijlage te plaatsen. De bronnen dienen niet allemaal in de tekst verwerkt te worden. Enkele bronnen in de tekst is voldoende.

Beeld: afbeeldingen zijn welkom, mits rechtenvrij of met expliciete en aantoonbare toestemming, de verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de auteur. Graag in een zo hoog mogelijke resolutie. Indien mogelijk inclusief naam van de fotograaf. Het kan voorkomen dat de redactie zelf beeld bij het artikel maakt of toevoegt.

Auteurs: auteurs dienen een auteursfoto (incl. naam fotograaf) en korte biografie (max. 50 woorden) aan te leveren.

Aanlevering: teksten aanleveren in Word. Afbeeldingen als losse bijlage meesturen. Voor de inhoudsopgave wordt één korte toelichtende zin onder de titel geplaatst. Je kunt hiervoor een voorstel aanleveren. De redactie kan hiervan afwijken.

Het reviewproces

- Alle ingezonden stukken worden door de redactie in behandeling genomen.

- De redactie beoordeelt de bijdragen inhoudelijk en redactioneel.

- Auteurs ontvangen bericht of hun bijdrage wel of niet wordt geplaatst.

- Bijdragen die worden geselecteerd, worden waar nodig inhoudelijk of stilistisch geredigeerd. Dit gebeurt altijd in overleg met de auteur.

- Na de eindredactie ontvangt de auteur het geredigeerde stuk voor een laatste controle.

- Naast plaatsing in de papieren versie komt een openbare (pdf-)versie op de website van de Liniaal.

De auteursrechten na plaatsing

- Het auteursrecht op de ingediende bijdrage blijft te allen tijde bij de auteur.

- Het auteursrecht op de door de Liniaal geredigeerde versie berust bij de Liniaal.

- Door inzending en plaatsing verleent de auteur de Liniaal een onverbreekbaar recht om de bijdrage te publiceren, te archiveren en te promoten via de website, het magazine en andere kanalen van de Liniaal.

Rubriekspecifieke auteursrichtlijnen

Onderzoek en Ontwikkeling

Onderzoek & Ontwikkeling-artikelen kenmerken zich door een feitelijke, neutrale schrijfstijl en een heldere opbouw.

De toon is zakelijk en beschrijvend, niet wervend of activerend.

1. Doel en functie

- Dienen ter kennisoverdracht, niet als instructie

- Ondersteunen het onderwijsveld met feitelijke, bruikbare kennis over wat werkt en waarom

- Zijn niet normatief of sturend van toon: ze respecteren de professionele ruimte van de lezer

- Beschrijven bevindingen en implicaties, maar bevatten geen stappenplan of directe handelingsinstructie

2. Inhoudelijke focus

- Richten zich op observaties uit: onderzoek, praktijkervaringen, data-analyses

- Maken een helder onderscheid tussen: feiten (wat is er gemeten, gebeurd, vastgesteld), interpretaties (mogelijke duidingen van de feiten), implicaties/overwegingen voor de praktijk (op basis van het voorgaande)

- Onderbouwen beweringen met: cijfers en voorbeelden uit de praktijk, verwijzingen naar wetenschappelijke of vakliteratuur (per bron eenmalig noemen; herhalen alleen wanneer het nodig is voor de leesbaarheid), reflecties van onderwijsprofessionals (ter illustratie, niet als vervanging van empirische onderbouwing)

- Leggen geen keuzen op, maar maken inzichtelijk wat mogelijk werkt, waarom en onder welke voorwaarden

- Benoemen kort relevante beperkingen en onzekerheden (bijv. meetmethode, generaliseerbaarheid)

3. Taalgebruik en toon

- Zijn geschreven in een zakelijke, feitelijke stijl

- Vermijden: wervende of activerende formuleringen, sturende taal zoals: “zorg dat…”, “je moet…”, directe aanspreekvormen zoals: je, jij, jouw, instructieve toon, absolute formuleringen zoals "altijd", "nooit", "de enige juiste aanpak", "onmisbaar"

- Gebruik in plaats daarvan: derde persoon (de leraar, leraren, de school, leerlingen), formuleringen: “kan bijdragen aan…”, “lijkt effectief…”, “wordt in de praktijk vaak toegepast…”, constaterende formuleringen: “In praktijk blijkt dat…”, “Uit onderzoek volgt dat…”, bijvoorbeeld: “Wanneer leerlingen moeite hebben met X, blijkt het ondersteunend om Y aan te bieden.”

4. Opbouw en vorm

- Hebben een duidelijke structuur met korte paragrafen, elke paragraaf heeft een eigen kernboodschap als korte titel

- Werken volgens het piramideprincipe: beginnen met de kern en elke paragraaf heeft een inhoudelijke, los leesbare titel (dus geen ‘inleiding’ of ‘conclusies’), werken vervolgens toe naar verdieping of toelichting, gebruiken korte, informatieve tussenkoppen die de lijn van de gehele tekst zichtbaar maken

- Bevatten bij voorkeur een figuur, afbeelding of schema ter ondersteuning: als dat niet functioneel is, volstaat een kader met kerncijfers of kernbegrippen. Daarnaast: opsommingen bij complexe of praktische informatie, kaders of citaten van ervaringsdeskundigen of leraren uit de praktijk (optioneel, mits functioneel)

- Kaderteksten kunnen gebruikt worden om informatie apart te beschrijven, los van de lopende tekst

Lengte: 1.000 tot 1.200 woorden (3 pagina's inclusief figuren)

Betoog

Een helder en scherp onderbouwd stuk. De redactie toetst deze bijdragen nadrukkelijk op de kwaliteit van de redenering: is het betoog duidelijk, logisch en goed beargumenteerd? Het gaat om bijdragen die inhoudelijk reageren op belangrijke ontwikkelingen in het onderwijs en/of op wetenschappelijke literatuur of beleidspublicaties. Een betoog mag discussie oproepen, of juist een lopende discussie verdiepen; maar altijd op basis van rationale argumenten en herleidbare bronnen. De beweringen dienen een empirisch-wetenschappelijke basis te hebben.

Lengte: 800 tot 1.000 woorden

Artikel

Een inhoudelijk stuk waarin een onderwerp uit de onderwijspraktijk wordt uitgediept, bijvoorbeeld aan de hand van een project, aanpak of ontwikkeling.

Lengte: 900 tot 1.000 woorden

Praktijk

Een goed onderbouwde bijdrage uit de dagelijkse onderwijspraktijk. Dit stuk laat zien hoe het er echt aan toe gaat in de klas: concreet, toetsbaar en herkenbaar.

Lengte: 600 tot 700 woorden

Inspiratie – ingezonden foto’s

Ook trots op jullie project? Stuur ons een leuke foto van jullie taalles, rekenavontuur of wereldproject.

Privacy: staan er kinderen of personen op de afbeelding, dan is expliciete en aantoonbare toestemming vereist

Toelichting: Graag vermelden welke school en welke klas