Begrijpend lezen: toetsen we strategieën of begrip?
Een pleidooi voor gezamenlijke doelen en convergente differentiatie in het leesonderwijs.
Om in Nederland je rijbewijs te halen, moet je slagen voor een theorie- en praktijkexamen. Voor deze zogenoemde ‘criteriumtoets’ moet je de vereiste kennis en vaardigheden beheersen. Deze toets is gekoppeld aan concrete einddoelen die niet onderhandelbaar zijn. Stel dat je op enkele onderdelen van je praktijkexamen zakt, net als andere kandidaten. En dat in plaats van te toetsen op vaste beheersingsdoelen de norm nu wordt bijgesteld: de grens voor een voldoende wordt bepaald op basis van de gemiddelde prestaties van de groep. Je krijgt je rijbewijs, net als het merendeel van de kandidaten, ondanks het feit dat je bepaalde regels of handelingen nog niet beheerst. Daar zou het verkeer waarschijnlijk niet veiliger van worden.
Toch komt deze vorm van toetsen (de ‘normtoets’) regelmatig voor in het onderwijs, zeker bij begrijpend lezen. Leerlingen krijgen een beoordeling die niet wordt getoetst aan een criterium, maar wordt vergeleken met de norm: de prestaties van de meerderheid van alle leerlingen in Nederland. Wanneer het gemiddelde van de groep lager komt te liggen, wordt de beoordeling aangepast, terwijl veel leerlingen dus belangrijke vaardigheden of kennis missen.
Volgens het PISA-onderzoek uit 2022 daalt de leesvaardigheid van 15-jarige Nederlandse scholieren. Komt dit omdat de norm niet behaald wordt, of wordt eigenlijk het verkeerde getoetst (en onderwezen)? In dit artikel pleit ik voor een andere benadering van het (begrijpend) leesonderwijs en de bijbehorende toetsvorm, met als duidelijk vooropgesteld doel dat iedere leerling kennis haalt uit een geschreven tekst. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak, waarbij de leerkracht sturend is en het tempo waar nodig aangepast wordt. Net zoals je bij een rijexamen niet met onvolledige kennis de weg op mag, moet ook bij leesonderwijs goed tekstbegrip centraal staan.
Begrijpend lezen is geen tekstbegrip
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen begrijpend lezen en tekstbegrip. Begrijpend lezen als schoolvak is vaak gevuld met strategieën als ‘voorspellen’ en ‘samenvatten’. Tekstbegrip is daarentegen de vaardigheid om een tekst werkelijk te begrijpen – en dat vraagt om meer dan een trucje.
Veel methodes voor begrijpend lezen laten leerlingen eindeloos oefenen met leesstrategieën. Dat veel scholen deze methodes omarmen, is niet zo vreemd: het sluit aan bij hoe er getoetst wordt, bijvoorbeeld in de doorstroomtoets. Leerlingen leren de trucjes, beantwoorden de vragen correct, en de schoolresultaten zien er goed uit. Maar de vraag is: hebben de leerlingen de tekst werkelijk begrepen?
Om tot begrip te komen, moet een lezer allereerst vlot en accuraat technisch kunnen lezen. Zonder geautomatiseerd technisch lezen, blijft er weinig ruimte over in het werkgeheugen om betekenis te construeren. Maar zelfs dan is het niet vanzelfsprekend dat de lezer de gehele tekst begrijpt. Uit onderzoek blijkt dat een rijke woordenschat en voldoende achtergrondkennis ook nodig zijn om tot volledig tekstbegrip te komen. En juist dat wordt in de huidige toetsen niet goed geëvalueerd.
Neem bijvoorbeeld een voorbeeldopgave uit de handleiding van CITO Leerling in beeld (2022) voor begrijpend lezen (zie afbeelding 1). Door de strategie ‘teruglezen’ correct toe te passen, kunnen leerlingen de vraag vaak makkelijk beantwoorden. Maar zonder kennis van het woord ‘kakelen’ is het echte tekstbegrip er niet, ondanks het toepassen van de strategie. Zolang toetsen gericht blijven op strategieën en niet op kennis, blijft het mogelijk om te ‘scoren’ zonder te begrijpen. En dat is een fundamenteel probleem.

Kennisrijk leesonderwijs
Om te besluiten hoe we toetsen of een leerling een tekst echt begrijpt, moeten we eerst het doel van ons leesonderwijs bepalen: wat willen we kinderen eigenlijk leren? Teksten begrijpen is meer dan woorden decoderen en strategieën toepassen. Het vereist wereldkennis, kennis van de context en inzicht in de gebruikelijke omgangsvormen in teksten. Zonder die bagage blijft de tekst een reeks lege zinnen. En dus moeten we investeren in kennisrijk leesonderwijs, en niet alleen in het aanleren van strategieën.
Om tot tekstbegrip te komen is het belangrijk dat iedereen met dezelfde bagage aan zijn leesreis begint. Dit kan betekenen dat sommige leerlingen eerst nog wat extra bagage in de koffers nodig hebben, bijvoorbeeld door voorkennis te activeren of extra uitleg te geven. Dit noemen we ‘convergente differentiatie’: je differentieert op tijd en ondersteuning, niet op de inhoud zelf. Begrijpend lezen moet onderdeel zijn van thematisch onderwijs waarin taal- en kennisontwikkeling elkaar versterken. Met een rijk, cumulatief curriculum kunnen leerlingen steeds meer verbanden leggen en hun kennis verdiepen.
1. Hoge verwachtingen.
Stel duidelijke doelen en geloof in het leervermogen van de leerlingen, vooral van de risicoleerlingen. Een positieve mindset en het uitdagen van leerlingen dragen bij aan hun motivatie en ontwikkeling.
2. Convergente differentiatie in de praktijk.
Begin een les met een korte herhaling of een mini-activiteit die de voorkennis oproept, of voeg extra herhaling toe. Zo krijgt iedereen meerdere kansen om echt te begrijpen waar de tekst over gaat.
3. Rijke thema’s en cumulatief curriculum.
Werk met thema’s die aansluiten bij de leefwereld van leerlingen, maar bied daarnaast een breed en systematisch opgebouwd curriculum aan met maatschappelijke relevantie. Dit helpt kansenongelijkheid te verminderen, omdat alle leerlingen dezelfde basiskennis krijgen, ongeacht hun achtergrond. Door kennis stapsgewijs en herhalend op te bouwen, leren leerlingen om verbanden te leggen.
4. Woordenschatontwikkeling.
Maak samen met de klas een conceptmap van belangrijke themawoorden. Dit helpt leerlingen om verbanden tussen woorden te zien. Door leerlingen input te geven, groeit hun eigenaarschap. Regelmatige herhaling en toepassing in verschillende contexten versterken het woordbegrip.
Criteriumtoets als oplossing
De wens om ons leesonderwijs te verbeteren wordt steeds duidelijker zichtbaar. Scholen kiezen vaker voor thematisch werken, en dit levert positieve resultaten op. Door te werken vanuit samenhangende thema’s en kennisopbouw raken leerlingen gemotiveerder, en gemotiveerde lezers lezen en leren meer. Op deze wijze versterken leesmotivatie en kennisopbouw elkaar in een positieve spiraal. En precies dát is het doel dat we als onderwijzers willen bereiken.
De volgende stap hierbij is het ontwikkelen van criteriumtoetsen die tekstbegrip en kennis testen. Pas als we het doel van het leesonderwijs helder definiëren en testen, weten we echt hoe het met de leesvaardigheid van leerlingen is gesteld.