'Ik wil dat leerlingen taal máken, niet námaken'

Felienne Hermans in gesprek met Sezgin Cihangir.

'Ik wil dat leerlingen taal máken, niet námaken'

Het moment waarop ik voor het eerst met AI kennismaakte, kan ik me nog goed herinneren. We zaten in een vriendenkring wat te drinken, toen een vriend zei: ‘Kijk, Sezgin, ik kan voortaan net zo mooi schrijven als jij.’ Op zijn scherm verscheen de ene na de andere goed in elkaar getimmerde tekst. Scrollend. Vloeiend. Overtuigend.

Het was angstaanjagend en confronterend. Ik dacht dat het een soort bedrog was, een geniale grap. Ik probeerde mijn verwarring zo goed mogelijk te verbergen, terwijl ik tegelijkertijd bang was dat ik door de mand zou vallen. Dit klopt niet, dacht ik. Maar wat is het dan wel? En hoe werkt het?

Hoewel AI destijds nog primitief was vergeleken met wat we nu hebben, was ik in shock. AI is sindsdien razendsnel verder ontwikkeld en ook steeds meer ingeburgerd geraakt. We weten inmiddels beter wat we eraan hebben, maar ook dat het aanzienlijke risico’s en dilemma’s met zich meebrengt.

En voor het onderwijs, mijn eigen vakgebied, wat zal AI daar voor invloed op gaan hebben? Daarover sprak ik met Felienne Hermans, hoogleraar en lerarenopleider aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ik besluit met de deur in huis te vallen.

Wat gaat AI nou daadwerkelijk veranderen in het onderwijs? Wat blijft en waar nemen we afscheid van?

Zelf heb ik op die vragen geen antwoorden, dus ik hoop dat Hermans mij en u, lezer van de Liniaal, van nieuwe inzichten kan voorzien. Haar antwoord is nuchter en eerlijk: ‘Het is moeilijk te zeggen, we kunnen nu eenmaal niet in de toekomst kijken. We zijn er zelf natuurlijk ook bij. Ik hoop op verandering die goed is voor docenten, en die niet alleen gebaseerd is op wat grote technologiebedrijven willen.’

Hermans heeft er totaal geen vertrouwen in dat dergelijke bedrijven zullen doen wat goed is voor leerlingen. Ze vertelt dat mensen met AI toch vaak Large Language Models (LLM’s) als ChatGPT en Gemini bedoelen. Achter die LLM’s zitten veelal Amerikaanse bedrijven. ‘Wie is er daar aan de macht? Zijn dat nou echt mensen die om kinderen geven, die ook onze kinderen en onze context begrijpen?’

Zou het veel uitmaken als we AI zouden gebruiken die door een Nederlands bedrijf gemaakt is?

‘Dan zijn er weer andere bezwaren. De vraag blijft: kan een stuk software helpen bij iets wat in de kern zo menselijk is?’ Hermans neemt me mee in haar visie op lesgeven: lesgeven is kijken naar leerlingen, je bij elke leerling afvragen hoe je hem of haar kunt motiveren, dat soort zaken. Als je AI in de relatie tussen leerkracht en leerling gaat plaatsen, dan verandert er iets in die relatie, stelt ze.

Ben je dan helemaal tegen het gebruik van AI in de klas?

Ze glimlacht: ‘Dan moet je eerst definiëren wat je bedoelt met AI. Bedoel je taalmodellen, zoals ChatGPT? Dat is vaak wat mensen ermee bedoelen, maar volgens de meer technische definitie omvat AI niet alleen taalmodellen, maar ook andere soorten.’ Hermans haalt de app Rekentuin aan, voor basisschoolleerlingen. Dat is ook AI. We beperken ons voor het gesprek tot de taalmodellen.

‘Ik zie zelf niet echt een doel voor taalmodellen in de klas, want taalmodellen maken taal na. En dat namaken is meteen deel van het probleem. Ik wil niet dat leerlingen taal námaken, ik wil dat ze taal máken!’

De fouten die leerlingen daarbij maken, wil zij ook kunnen zien, zodat ze hen daarbij kan helpen. Eigenlijk ben ik betoverd door de nuchterheid van haar visie. Ze is niet faliekant tegen AI, benadrukt ze. ‘Maar vooral, ik zie de voordelen niet.’

Hermans heeft nog geen enkel scenario kunnen vinden waarin een AI-toepassing in het onderwijs als voordeel gepresenteerd werd, maar staat open voor ideeën. Een voorbeeld dat leerkrachten vaak noemen is dat zij met AI sneller kunnen nakijken. Van dat argument is ze niet onder de indruk: ‘Waarom wil je sneller nakijken, denk ik dan. Zelf wil ik niet sneller nakijken, maar minder’, zegt ze. ‘Stel dat we supersnel na kunnen kijken en dat ik mijn leerlingen iedere dag een toets kan geven. Is dat goed voor leerlingen? Snel nakijken kan ook door het gebruik van meerkeuzevragen. Waarom doen we dat dan niet?’ We moeten kijken naar wat voor soort relatie we willen met leerlingen, stelt Hermans. ‘Wat willen wij dat zij leren. Dat zou voorop moeten staan.’

Om te onderzoeken of AI misschien zou kunnen helpen bij het verrijken van het curriculum op school, maken we een uitstapje naar het maken van toetsen met AI. Hermans merkt op dat je zulke gegenereerde toetsen nog steeds moet controleren, want AI kan fouten maken en hallucineren. Dat controleren kost soms nog meer tijd dan het zelf maken van een toets. Er zijn inmiddels ook onderzoeken die uitwijzen dat docenten geen tijd besparen met AI, zoals zij denken, maar dat het juist tijd kost.

Dat brengt ons op evidenceinformed werken, een principe dat voor ons beiden ten grondslag ligt aan onze visie op onderwijs.

Veel Nederlandse opiniemakers, die zich vroeger als voorstanders van evidence-informed werken profileerden, willen nu overal LLM’s invoeren. Hoe zie jij dat?

‘Waar is het bewijs dan? Doen we dan allemaal even niet meer aan evidence-informed?’

Ja, maar als je sceptisch bent tegenover AI ben je al gauw ‘conservatief’, toch?

‘Ik ben niet conservatief, ik ben een wetenschapper. Ik ben evidence-informed.’

Kan AI helpen bij de professionalisering van leerkrachten? Sommige leerkrachten hebben zelf moeite met rekenen, of maken d/t-fouten.

‘De vraag is of je ervan kunt leren. Er zijn al genoeg goede hulpmiddelen voor leerkrachten om hun vaardigheden en kennis bij te spijkeren. Als er nu geen intrinsieke motivatie is om te leren, dan denk ik niet dat technologie dat probleem zal oplossen. Het is immers geen toegangsprobleem.’

Zijn mensen die kunnen programmeren in het voordeel in een AI-tijdperk?

Hermans dacht vroeger inderdaad dat mensen leren programmeren een middel was om hen beter te laten begrijpen hoe een taalmodel in elkaar steekt. Inmiddels denkt ze dat er efficiëntere manieren zijn om dat te bereiken. Leerlingen hoeven niet zelf te leren programmeren om erachter te komen dat taalmodellen fouten kunnen maken. ‘Met die kennis worden ze immers al doodgegooid.’ Enthousiast: ‘Met het zelf maken kom je niet tot diepere kennis, maar het is wel heel cool!’

Een van haar leerlingen had die dag tijdens het blokuur programmeren geen pauze willen nemen, omdat ze zo druk was met het maken van haar website. ‘Zeker in het voortgezet onderwijs is er heel weinig maakonderwijs. Dat je dan zelf iets kunt maken, is heel betekenisvol’, zegt ze. Zelf maakt Hermans bijvoorbeeld graag haar eigen kleding.

‘Als er nu geen intrinsieke motivatie is om te leren, denk ik niet dat technologie dat probleem zal oplossen’

Wat leuk. Heb je die trui ook zelfgemaakt?

‘Ja! Ik heb zelfs toen ik ging trouwen mijn eigen bruidsjurk gemaakt’, lacht ze. Ze staat op en laat nog meer kledingstukken zien waar ze mee bezig is. Mooi, hoogwaardig handwerk, een heus ambacht met een persoonlijke signatuur. Zoiets kan AI niet.

We zijn het erover eens dat AI je nooit de voldoening kan geven die je voelt als je zelf iets maakt of voor elkaar krijgt. Dat er leerlingen zijn die het nut van muziekles niet inzien, omdat ze de muziek ook door AI kunnen laten genereren, vindt Hermans heel erg. ‘Een wereld waarin kinderen het plezier niet meer kennen van iets nieuws leren of maken, dat is echt een droevige wereld.’

Tot slot heb ik nog één prangende vraag: hoe zit het met de basisvaardigheden zoals lezen en schrijven, nu AI zo in opkomst is? Gaat AI daarbij helpen of juist een belemmering vormen?

Hermans is van mening dat lezen en schrijven belangrijk zullen blijven, maar wijst er ook op dat informatieoverdracht op meerdere manieren kan plaatsvinden. Daarin treden verschuivingen op. ‘Veel content kan tegenwoordig ook beluisterd worden, denk aan spraakberichten of podcasts. En in tijden van ChatGPT moet je ook goed kunnen lezen, merkt zij op, bijvoorbeeld om een AI-gegeneerd stuk snel te kunnen scannen op onwaarheden. Leesvaardigheid en feitenkennis gaan hand in hand.

‘En we mogen ons ook best verzetten tegen sommige veranderingen, hè?’, zegt Hermans. Zo weten we uit onderzoek dat lezen op de computer niet tot zoveel kennis leidt als lezen op papier. ‘En dat is wél evidence-informed’, besluit ze met een knipoog.

Felienne Hermans is hoogleraar didactiek van de informatica aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Daar geeft ze de vakken Vakdidactiek Informatica en AI in het Onderwijs. Daarnaast werkt ze als leraar informatica op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer.