'Wij-zij-denken is voor niemand goed'

Kindcentrum De Kroevendonk in Roosendaal pleit voor inclusief onderwijs en bewijst al jaren dat het kan.

'Wij-zij-denken is voor niemand goed'

‘Zet alle expertise en middelen van het speciaal basisonderwijs [sbo, red.] in het regulier onderwijs in. Laat dat de eerste stap zijn in een broodnodige systeemverandering. Laten we het hebben over een funderend stelsel waar iedereen welkom is zonder dat regulier en speciaal tegenover elkaar worden gezet. Nu verplaatsen we kinderen naar aparte voorzieningen, de wijk uit, maar dat wij-zij-denken is voor niemand goed.’

Makkelijk praten heeft die Teun Dekker, directeur van kindcentrum De Kroevendonk in Roosendaal. Maar hij bewijst dat het kan. Niet van de ene dag op de andere: 25 jaar heeft hij met zijn team gebouwd aan een robuust systeem van inclusief onderwijs. Daar kan de rest van Nederland veel van leren.

Niemand de wijk uit

‘Toen ik hier begon als directeur,’ zegt hij, ‘was De Kroevendonk een gemiddelde basisschool, zoals er duizenden zijn in Nederland. Maar ik wilde het anders. Binnen het team hebben we lang gesprekken gevoerd en ten slotte heb ik gepresenteerd hoe ik het zou willen hebben. De kern was: ieder kind kan zich altijd ontwikkelen, en we moeten het samen doen. Daaruit volgde dat we vonden dat alle leerlingen in hun eigen wijk naar school moesten kunnen. We wisten niet hoe, maar we zijn het toch gaan doen.’

Zijn ‘partner in crime’ was en is orthopedagoog Debby Huibregtse, die toevoegt: ‘Wie zijn wij om te beslissen dat jij met een busje ver weg moet voor je ontwikkeling en ik niet? Ieder mens heeft dezelfde rechten, plichten en kansen.’

Feuerstein

Het gedachtegoed van de Israëlische pedagoog Feuerstein (1921-2014) vormt de basis van hun onderwijsvisie. Hij verzette zich na de Tweede Wereldoorlog tegen de overdiagnose van talloze migrantenkinderen als ‘zwakbegaafd’. Dat waren er veel te veel, vond Feuerstein. Gemiddeld heeft immers slechts een klein percentage leerlingen extra ondersteuning nodig, de zogenoemde normaalverdeling. Waren deze kinderen niet domweg getraumatiseerd na hun ervaringen in Europa?

Bij Feuerstein draait alles om leerpotentieel in plaats van om tekort-denken: er kunnen allerlei redenen zijn waarom een leerling niet tot ontwikkeling komt. Stel de juiste vragen en help iemand wél een volgende stap te zetten. IQ is daarbij geen keihard gegeven; (vrijwel) iedereen kan zich met de juiste hulp ontwikkelen.

Huibregtse: ‘Ook in Nederland labelen we steeds vaker. Het is iets waar Laura Batstra, adjunct-hoogleraar Orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, tegen waarschuwt. Zij stelt terecht: medicaliseer minder en normaliseer meer.’

Op De Kroevendonk begon het team met wat nu de basisopleiding mediërend leren heet (die is inmiddels verplicht voor iedereen die er werkt). Dekker: ‘Na afloop hebben we elkaar nog een keer gevraagd: is dit wat we willen? Ja, dít willen we. En toen zijn we stap voor stap verder gegaan met onze eigen ontwikkeling, tot we uiteindelijk achteromkeken en zagen dat we eigenlijk niet meer verwezen naar het gespecialiseerd onderwijs. O, dachten we, dit noemen ze zeker inclusief.’

Profiteren

De Kroevendonk telt nu circa 375 leerlingen. De resultaten van de school zijn prima. Trots stelt Dekker: ‘We zitten met rekenen en taal boven de norm van de onderwijsinspectie, en dat is inclusief de leerlingen die we niet mee hoeven te tellen. Vorig jaar waren dat er zeven in onze groepen 8, van wie er zes de doorstroomtoets maakten [kinderen met een IQ onder 75 hoeven dat wettelijk niet, red.].’

‘Inclusief onderwijs is goed voor alle leerlingen’, aldus Huibregtse, en dat blijkt inderdaad onder andere uit wetenschappelijk onderzoek dat het NKO (voorheen NRO) verzameld heeft. Allemaal profiteren ze (ook cognitief) van de hulp die leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften krijgen.

Maar vinden leraren dat juist niet ingewikkeld, om veel verschillende leerlingen in de klas te moeten bedienen? Ik zie Dekker denken: even een misverstand uit de weg ruimen. Stellig: ‘Inclusief onderwijs is geen individueel onderwijs, met elke leerling een eigen leerlijntje. En het is ook geen vervolmaking van passend onderwijs. Wat telt, is het samen doen. Dus leerlingen leren van elkaar en van leerkrachten. Samen is een synoniem voor inclusie; geen leerkracht kan het alleen, leerlingen zijn onze gezamenlijke verantwoordelijkheid.’

‘Samen is een synoniem voor inclusie; geen leerkracht kan het alleen’

Op De Kroevendonk werken experts uit verschillende disciplines intensief samen. Er loopt meer personeel rond dan de school op basis van leerlingenaantal ‘verdient’. Op de gang kom ik bijvoorbeeld een juf tegen die gespecialiseerd is in onderwijs aan leerlingen met het syndroom van Down. Dit traject wordt betaald vanuit de jeugdzorg. Even verderop zit een zorgmedewerker van de Samen naar School-klas.

De Kroevendonk biedt ook buitenschoolse opvang. Het huishoudboekje levert Dekker wel eens kopzorgen op. Hij probeert zoveel mogelijk schotten te slopen tussen basisbekostiging, subsidies, en gelden van Jeugdzorg en WMO. Maar dat is ingewikkeld, want vaak geldt: andere bekostiging, andere regeltjes. Dekker: ‘Wettelijk heb je bijvoorbeeld in het regulier onderwijs anderhalf uur gym per week, in het speciaal basisonderwijs 2 uur en 25 minuten. Hier gymmen ze samen: hoe betaal je dat dan?’

Universeel ontwerp

Het moet anders in Nederland, vindt Dekker, ‘want de scheiding van onderwijs en zorg is een kwestie van geldstromen, maar heeft een langdurig negatief effect op kinderen. Ik was laatst op een school voor voortgezet speciaal onderwijs waar ze zeiden: “Kinderen van twee jaar oud die in een speciaal groepje worden gezet? Dat zijn straks onze leerlingen.” We hebben het in Nederland zo georganiseerd dat hun route dan al is bepaald, terwijl ze zich natuurlijk nog kunnen ontwikkelen. Ons systeem is gericht op uitsluiting. Er wordt te veel gelabeld, en vaak ook nog gebaseerd op geboortedatum. Want het maakt nogal uit voor je functioneren in de klas of je van 1 maart of van 1 november bent.’

Denk liever van tevoren na over hoe je alle leerlingen kunt helpen leren in plaats van ze uit de reguliere school te duwen. Universeel ontwerpen, noemen Dekker en Huibregtse dat. Dekker: ‘Het concept komt uit de bouwwereld, maar is heel bruikbaar. Vraag jezelf af: hoe moet je school en je klas eruitzien? Kunnen leerlingen er rusten, of juist druk zijn?’ Tja, De Kroevendonk zit in een nieuw gebouw met bijvoorbeeld geluidsdempende wanden, een snoezelruimte en vloerverwarming in het speellokaal (zodat er ook therapie kan worden gegeven). Een witte raaf, zou je zeggen?

‘Dit pand hebben we pas twee jaar’, zegt Huibregtse. ‘Je kunt best kleiner beginnen, inclusie is vooral een mindset. Koop je koptelefoons voor kinderen op een speciaal lijstje of mogen alle leerlingen er een pakken als ze overprikkeld zijn? Haal stigmatisering uit het systeem. Leerlingen die instromen van andere scholen noemen dat ook vaak: “Dáár was ik een uitzondering, híér boeit het niemand.”’ Deze manier van werken ontlast leerkrachten. Huibregtse: ‘Al die lijstjes – wiebelkrukken, koptelefoons, onderwijsontwikkelplannen – geven leerkrachten stress. Zorg dat ze niet steeds ad hoc brandjes moeten blussen, maar regel zoveel mogelijk zaken vooraf door duidelijk beleid, interdisciplinaire ondersteuning en goede afspraken.’

Zijn er grenzen aan inclusie? ‘Ja’, zegt Dekker, ‘maar ik weet niet waar, want dat is afhankelijk van de context. Allesbepalend is: onze professionals moeten voldoen aan onze acht vaardigheden [lees hier meer over op de website van de Liniaal, red.] en vooral, leerlingen moeten zich ontwikkelen. We zijn een school en geen buurthuis.’ Zijn advies aan Nederland? ‘Breng de expertise naar de leerling in plaats van de leerling naar de expert.’