Het gilde vergadert
Een verslag van het NCTO-congres
Het Nationaal Congres Thematisch Onderwijs (NCTO) heeft zo’n duizend leerkrachten naar Amersfoort gelokt op 28 januari. Leden van een gilde, noemt dagvoorzitter Tjip de Jong ze terecht; bloedserieus werken de deelnemers vandaag inderdaad in De Rijtuigenloods aan de ontwikkeling van hun vakmanschap. Na de keynote van Erik Meester slaan de teams nog snel een koffie achterover voor ze zich verspreiden over 23 sessies. Het programma biedt keuze uit bekende namen als Marita Eskes, Eva Naaijkens, Hilly Drok, Suzanne van Norden, Marcel Schmeier en Claudio van Hees.
Pygmalion-effect
In het Ketelhuis hangen ’s middags ruim 70 leerkrachten aan de lippen van Willemijn Sas, leerkracht groep 7 op basisschool De Troubadour in Rosmalen. Ze staat al 24 jaar voor de klas en neemt het publiek mee in haar aanpak van kennisrijk leesonderwijs. De basis vormen de ‘fabuleuze vier’: vakinhoud, didactiek, pedagogiek en klassenmanagement. Sas beschrijft ze als communicerende vaten: ze vormen een samenhangend geheel.
Voor haar weegt pedagogiek zwaar, ook bij kennisrijk onderwijs. ‘Toen ik als 21-jarige aankondigde dat ik mijn eindstage wilde gaan doen op een prachtige school in een achterstandswijk, kreeg ik de vraag: “Denk je echt dat je díe kinderen wat kunt leren?” Die woorden echoën nog steeds na’, vertelt ze. Ja, dacht ze. Ze bleef tien jaar op haar eerste school en leerde daar: wat je verwacht, wordt waar. Koester dus maar liever hoge verwachtingen van je leerlingen – het beroemde Pygmalion-effect van Rosenthal en Jacobson. Kennisrijk onderwijs doet leerlingen goed. ‘Leren en welbevinden gaan uitstekend samen’, zegt Sas. Sterker nog: ‘Welbevinden is veel meer een uitkomst van goed onderwijs dan een voorwaarde ervoor.’ Deze stelling van pedagoog Bert Wienen ziet Sas in haar klassen keer op keer bevestigd.

Rijke teksten
De methode Wetenswaardig, voor thematisch onderwijs, helpt Sas om haar leerlingen veel te leren. Maar een methode alleen volstaat niet. ‘Wij leerkrachten moeten naar de bibliotheek! In een half uur heb je een tas vol boeken over verschillende thema’s. Zet ze in je klas te pronk, laat de leerlingen ze bekijken en ze gaan er vanzelf over in gesprek. Luister naar voorkennis die ze al hebben. Daar kun je op inspelen tijdens je les. Zorg dat je niet alleen kennis aanreikt, maar lees de boeken ook samen met je leerlingen. Kies daarbij voor rijke teksten die hun kennis verdiepen.’
Nuchter ontdoet Sas het begrip ‘rijke teksten’ van zijn magie: ‘Als een tekst niet is aangepast voor het onderwijs, is-ie rijk. Punt uit. De krant, een recept, de geschiedeniscanon.’ Tips voor goede jeugdboeken haalt ze onder andere uit Brieven aan Miyo (2024).
‘Praat ook met je leerlingen over teksten’, zegt Sas. Bijvoorbeeld met behulp van de methode van Aidan Chambers. ‘Laat ze aantekeningen maken en erover schrijven, bijvoorbeeld over de overeenkomsten en verschillen tussen twee teksten over hetzelfde onderwerp.’
Sas is niet bang eisen aan haar leerlingen te stellen. ‘Ja, soms voel ik me een trut als ik zeg dat een kind een tekst moet uitgummen en opnieuw moet schrijven, omdat het onleesbaar is. Maar ze leren zo wel dat verzorgd werken loont.’ Ze overtuigt haar publiek met prachtige voorbeelden van handgeschreven en -getekende dossiers van haar leerlingen.
Sas geeft nu ruim een jaar thematisch onderwijs en ziet haar leerlingen vooruitvliegen. ‘Eerst met technisch lezen, simpelweg omdat ze meters maken. Maar ze begrijpen ook steeds beter wat ze lezen, omdat ze kennis stapelen. Dat heeft gewoon effect.’
Bijspijkeren
Met gemak strooit Sas thema’s en onderwerpen rond tijdens haar presentatie. Zij weet wel héél veel... De leraren van de Hildegardisschool in Rotterdam ervaren dat soms wel als een uitdaging, vertellen ze tijdens de lunch. Leerkracht Dalida MacDonald van groep 8 bijvoorbeeld, vindt Wetenswaardig mooi: ‘Het helpt mij veel kennis aan te brengen bij de leerlingen, want sommigen weten van huis uit wat minder. Maar er wordt ook veel kennis van mij als leerkracht verwacht. Een thema als “Monniken en ridders” bijvoorbeeld, daar weet ik weinig van af, en het is best lastig om zelf goede achtergrondliteratuur te vinden om verder te lezen.’
Op de Alan Turingschool in Amsterdam pakt de schoolleiding dat op, vertelt schoolleider Eva Naaijkens later die middag. ‘Voordat wij aan een nieuw thema beginnen, geven we alle leerkrachten een bijspijkercursus. Deelname is verplicht. Want je moet nu eenmaal heel veel van een onderwerp weten om goede lessen te kunnen verzorgen.’ Dat herkent Marcel Zanting. Hij is leraar groep 5/6 op de Prins Willem Alexanderschool in Ophemert en werkt dit jaar met Wetenswaardig. Dat vraagt inderdaad iets van hem. Enthousiast vertelt hij: ‘Ik heb voor het eerst in tien jaar mijn paboboeken weer uit de kast gehaald. En tijdens het vouwen van de was sta ik nu podcasts te luisteren.’ Op het NCTO-congres bemant hij een kraampje om collega’s van andere scholen te vertellen over zijn ervaringen met thematisch onderwijs.
Kennis verwerven mag moeite kosten. Dat heeft Erik Meester al uitgelegd bij de opening van het congres. Hij vergelijkt goed onderwijs met zijn favoriete sport, judo. ‘Je kunt de zwarte band gewoon kopen, 260 centimeter voor €16,50. Maar die zwarte band, het hoogste judo-diploma, wil ik van mijn sensei krijgen na het nationaal examen. Ik wil hem verdíenen. En in de dojo moet ik daarvoor, net als op school, leren en oefenen, gepusht en ondersteund worden.’ Een examen volgt uiteindelijk pas als de sensei zeker weet dat de leerling het haalt. Op school zou het ook zo moeten gaan, vindt Meester.

Net als in de dojo, vraagt goed onderwijs om een warm pedagogisch klimaat, legt hij uit. Je kunt je leerlingen een tekst laten uitgummen of ze streng toespreken bij wangedrag, maar daarna herstel je meteen de relatie, met respect voor elkaar. Meester: ‘Je maakt je lessen zo rijk mogelijk, met oefeningen, visualisaties of boeken. Bovendien streef je ernaar dat zoveel mogelijk leerlingen de doelen halen die je natuurlijk duidelijk omschreven hebt. We leren allemaal op dezelfde manier, dus neem differentiëren niet als uitgangspunt.’
Kennisopbouw
Hoe je nieuwe kennis bij (vrijwel) iedereen goed laat landen, komt tijdens het NCTO-congres aan bod in de workshop van Claudio van Hees (Expertisecentrum Onderwijs en Leren, Thomas More). Het thema wordt verder uitgewerkt in publicaties als Kennisrijk kansrijk (2025) en Op de schouders van reuzen (2019).
Meester benadrukt: ‘Kennis en vaardigheden opbouwen vergt duidelijk omschreven doelen, zodat je weet waar je naartoe werkt, én het vergt toetsing die één op één met die doelen verbonden is.’ En passant bekritiseert Meester daarbij de nieuwe Nederlandse kerndoelen.
Dat je met kennisopbouw al vroeg kunt beginnen, ziet Ianne Suijk voor haar ogen gebeuren. Ze staat voor groep 1/2 op kindcentrum de Aventurijn in Middelburg en werkt sinds de herfstvakantie mee aan een pilot Wetenswaardig Junior (die op vier scholen loopt). Op het NCTO-congres deelt ze haar ervaringen. Bij het thema ‘Water’ zag ze de woordenschat van de kleuters met sprongen vooruitgaan. Ze kennen de begrippen kanaal, rivier, meer en zee en kunnen ze van elkaar onderscheiden. ‘Een rivier kronkelt, een kanaal is recht, dat weten ze nu gewoon.’ De gebaren die ze de kleuters bij de begrippen heeft aangeleerd, heeft Suijk zelf bedacht. Goed onderwijs is volgens haar altijd ‘een beetje van de methode, een beetje van mezelf.’ Haar collega groep 6 kijkt inmiddels enigszins jaloers toe. Ze zei laatst nog tegen Suijk: ‘Wat gaaf dat die kleuters dit nu allemaal al horen. Wij hebben die voorkennis straks hard nodig.’
Die nadruk op kennisopbouw en samenhang klinkt door in de afsluitende lezing van leerkracht Heleen Buhrs van de Alan Turingschool. Onderwijs maak je samen, benadrukt ze. ‘Wees geduldig’, zegt ze. ‘Wat wij hier laten zien is het resultaat na negen jaar. Zo was het in het begin niet. Laat je leerlingen dingen leren die ze anders niet zouden leren, verweef je taalonderwijs met de kennis die je aanbiedt en zet in op leesplezier.’ Als je vakken integreert (of ze ‘laat verdwijnen in thematisch onderwijs’, zoals Buhrs het treffend omschrijft) en met mooie teksten werkt, dan kom je er wel. Dat is natuurlijk een droomafsluiter.
