Inzetten op het team

Inzetten op het team

Een nieuw curriculum ontwikkelen? IKC Tuindorp Oostzaan heeft de handen al vol aan goed onderwijs. Concretere handvatten van de overheid zouden daarom welkom zijn. En als de school een verlanglijstje zou mogen inleveren? Dan liever ook een uniformere lerarenopleiding. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) reageert.

Het IKC Tuindorp staat in een gemêleerde Amsterdamse wijk: klassieke arbeiderswoningen, flats met veel nieuwkomers, en daartussen hippe dijkwoningen met tweeverdieners. De school heeft een diverse populatie, glimlacht schoolleider Paula Bouw. Ze zit hier nog geen jaar en trekt de kar samen met intern begeleider Michelle Tas, die er al twaalf jaar werkt. Na een moeilijke periode klimt de school langzaam maar gestaag omhoog. Op de doorstroomtoets presteert de school inmiddels bovengemiddeld.

‘70 à 80 procent van de scholen zou baat hebben bij concretere handvatten’

Handvatten

Het aanbod op school is veelal leraargestuurd en ontzettend taalrijk. ‘Wij besteden veel aandacht aan woordenschat, taalonderwijs en aan kennisoverdracht. Dan heb je een leraar nodig die leerlingen nieuwsgierig maakt naar de wereld om hen heen’, vertelt Tas. Het zou helpen als de nieuwe kerndoelen wat specifieker zouden zijn. Met argusogen hebben Bouw en Tas ze bekeken. Bouw: ‘Ik vind het lastig te bepalen waar onze methodes straks al voldoen en waar we nog zaken moeten toevoegen of accenten moeten verleggen. Het zou fijn zijn als er meer concrete voorbeelden genoemd zouden worden.’

Zou het helpen als er, zoals in Vlaanderen, lijsten met concrete thema’s en begrippen in het onderwijs waren gestopt – de zogenoemde minimumdoelen? Tas: ‘Ik denk dat 70 à 80 procent van de scholen inderdaad baat zou hebben bij concretere handvatten.’ Bouw: ‘Wij hebben namelijk de capaciteit, de mankracht en soms ook het denkvermogen niet om zelf een nieuw curriculum te ontwikkelen op basis van de kerndoelen die er nu liggen. Op een team van 20 FTE heb ik 10 FTE lerende of startende leraren. Dan ben je als schoolleider en intern begeleider ook veel operationeel bezig.’

‘Wij hebben de capaciteit, mankracht en soms het denkvermogen niet om zelf een nieuw curriculum te ontwikkelen’

Timon Verheule is directeur Onderwijsprestaties & Voortgezet Onderwijs bij OCW en is verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit van het funderend onderwijs. Hij herkent dit, maar zegt: ‘Toch is de vraag of je dat met een meer specifiek curriculum moet willen oplossen. Wij zetten liever in op professionalisering van leerkrachten en ondersteuning van scholen. Daar heeft OCW 50 miljoen euro voor vrijgemaakt. Wij verwachten ook dat de leerlijnen die SLO eind 2026 en 2027 publiceert, gaan helpen. Voor ons telt zwaar dat het gesprek over het curriculum op scholen zelf wordt gevoerd: wat vinden zij belangrijk dat leerlingen leren? Dat is uiteindelijk effectiever dan vanuit OCW een paar A4’tjes de school in te schuiven en te zeggen: dit zijn de nieuwe minimumdoelen, voer ze maar uit. Het gaat ons uiteindelijk om het vakmanschap van de leraar en het team.’

Timon Verheule
Project minimumdoelen
Nog voor de zomer wordt op www.minimumdoelen.nl een vertaalde en aangepaste versie van de Vlaamse minimumdoelen gepubliceerd (zie voorbeeld hieronder 1.5 Doelen stellen; lees meer over de ‘kerndoelen’ van onze zuiderburen in de Liniaal 4). David Roelofs van stichting Meer leren op school (MLOS) is verantwoordelijk voor het project. ‘De nieuwe kerndoelen [zie voorbeeld kerndoelen 3 van SLO hieronder, red.] zijn ons inziens te vaag geformuleerd. Politiek is er in Nederland nog geen draagvlak voor concretisering. Ons doel is daarom een grassrootsbeweging te starten richting een kennisrijk curriculum. We bieden straks – gratis – concrete ankerpunten die passen bij de verplichte kerndoelen.’ MLOS gaat scholen ook begeleiding bieden bij de implementatie van de Nederlandse minimumdoelen.

Kerndoel 3 De leerling produceert teksten. (SLO)
3A De leerling spreekt en schrijft afgestemd op doel, publiek en context.
Het gaat hierbij om het:
• hanteren van een passende aanpak;
• in eigen woorden verwerken van informatie uit verschillende bronnen tot een gestructureerde tekst met bronvermelding;
• inzetten en uitbreiden van kennis over de vorm van teksten: tekstsoorten, tekststructuren, verteltechnieken;
• schrijven op letter-, schrift- en tekstniveau met een leesbaar handschrift en typschrift, en verstaanbaar spreken;
• reviseren van de tekst met het oog op doelgerichte communicatie: taalgebruik en taalverzorging.

Een greep uit minimumdoel 1.5 Stellen (MLOS)
Groep 2:
1.5.2 De kleuters kunnen ideeën aanbrengen voor een tekst vanuit aangeboden inhouden, eigen ervaringen of creatieve ideeën.

Groep 5:
1.5.7 De leerlingen kunnen structuur in een tekst aanbrengen: begin, midden en slot.

Groep 8:
1.5.16 De leerling kan een herkenbare en eenvoudige structuur aanbrengen in teksten met inbegrip van titels, tussenkopjes, alinea’s en structuuraanduiders (verwijs-, verbindings- en signaalwoorden).

SLO hanteert ‘schrijven afgestemd op doel, publiek, context’ waar stichting Meer leren op school spreekt van ‘stellen’. Ook formuleert MLOS de minimumdoelen steeds voor groepen van drie jaar en niet voor groep 1 tot en met 8 tegelijk, zoals SLO. De leerlijnen worden bij SLO wel gemaakt voor groepen van twee jaar.

Finetunen

Gelukkig hebben we nog even, zeggen Bouw en Tas. Immers, die leerlijnen worden eind 2026 (Nederlands, rekenen en wiskunde) en 2027 (andere leergebieden) verwacht en implementatie van de kerndoelen is pas verplicht vanaf 2031. Ondertussen wachten Bouw en Tas met het bepalen van hun eerste implementatiestap.

De stijgende prestaties van IKC Tuindorp geven moed. Goede resultaten halen met een complexe populatie, het kan dus wel. Wat is hun geheim? Bouw: ‘Vroeger gaven we 50 minuten rekenonderwijs “omdat het in de methode stond”. En een uur taal, idem dito. Leraren zaten op hun eigen eilandjes, met de deur dicht. Nu zetten we vooral in op het team: collega’s doen pedagogische bezoeken bij elkaar en we hebben expertleraren die coachen op didactiek. Het is ook heel gewoon als ik de klas binnenloop, collega’s kijken er niet meer van op.’

Ook Tas bezoekt veel klassen en doet veel coaching in de klas. ‘Het is allemaal heel laagdrempelig,’ zegt ze, ‘en dat voelt veilig voor de leerkrachten. We leren met elkaar en fouten maken mag. Werkt iets, dan gaan we ermee door. Werkt het niet, dan stoppen we ermee. We kijken echt per groep wat er nodig is: wie hebben we voor ons zitten? Zo kunnen we continu finetunen.’

Collegiaal advies is soms heel basaal, zegt Bouw: ‘Kun je een leerling op een andere toon aanspreken? Kun je je les misschien beter nú afronden en even een energizer doen? Heb je gezien dat die leerling het niet zo lekker oppakt? Eigenlijk zitten we samen zo dicht op de groepen dat leerlingresultaten nooit echt een verrassing zijn.’

Bouw en Tas voorzien een groei in het aantal leerlingen dat de referentieniveaus haalt. In verband met de weging van hun school, hoeft volgens de inspectie maar 38,7 procent 1S/2F te halen voor lezen. Daar zitten ze nu al 16,1 procent boven, maar het kan op termijn nóg wel hoger, denken ze. Zouden de referentiedoelen (1F en 1S voor rekenen en taal) voor scholen met een hogere weging gemiddeld niet omhoog moeten om alle leerlingen gelijke kansen te bieden?

Paula Bouw en Michelle Tas. Foto: Monique Marreveld

‘Een cruciale factor is de kwaliteit van je team’, stelt Tas. ‘Dat vergt constant onderhoud. De lat kan hoger, maar de didactische vaardigheden van leerkrachten zijn daarbij cruciaal.’ En dan helpt het als scholen evidence-informed moeten werken en dat ook de basis is voor lerarenopleidingen. ‘Dan zouden we een slag kunnen maken.’

Nu krijgt een school als IKC Tuindorp leerkrachten binnen met heel uiteenlopende vaardigheden, afhankelijk van welke pabo ze hebben gedaan. Bouw: ‘Mijn ideaal is dat elke leerkracht weet hoe leren werkt vanuit de cognitieve leerpsychologie. Dan handel je op basis van wat is bewezen. Natuurlijk kun je dan nog kleuring geven aan je onderwijs, op basis van je visie en je populatie. Maar wat meer uniformering en een hogere basiskwaliteit in de lerarenopleidingen zou fijn zijn.’

‘Een cruciale factor is de kwaliteit van je team’

Dan heeft Verheule goed nieuws. Er ligt een conceptwetsvoorstel op tafel waarin evidence-informed werken wordt opgenomen in de deugdelijkheidseisen. ‘Niet zo smal dat het scholen in de weg gaat zitten, maar het moet ook geen papieren tijger worden.’ De inspectie mag straks bijvoorbeeld aan Bouw vragen hoe ze inzichten uit wetenschap en onderwijspraktijk gebruikt in het proces van kwaliteitszorg. Leermiddelen voorschrijven gaat Verheule te ver: ‘De keuze van leermiddelen is echt het vakmanschap van de professional en dat voorschrijven is in sommige politieke omstandigheden echt onverstandig.’ Lees: het zijn vooral autoritaire regimes die dat doen.

Voor de lerarenopleidingen gaat volgens het regeerakkoord ‘landelijk dezelfde toetsing gelden, zodat iedere startende leraar beschikt over dezelfde stevige basis. […] Leraren en wetenschappers stellen samen landelijk de kern van het curriculum vast, met meer aandacht voor basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen.’ Volgens Verheule wordt er nu met de opleidingen besproken hoe dit vorm moet krijgen. Als het plan doorgaat, wordt Bouw dus op haar wenken bediend.

De referentieniveaus, dat is een ingewikkelder verhaal. Of eigenlijk juist simpeler. Verheule haalt een onderzoek aan dat OCW in 2022 liet uitvoeren door onder andere ResearchNed. Daaruit bleek dat scholen de referentieniveaus in de praktijk bijna niet gebruiken, laat staan erop sturen. Ook het onderscheid tussen fundamentele en streefniveaus (1F en 1S) blijkt verwarrend. De minimumniveaus kunnen misschien wel omhoog, denkt Verheule. ‘Een eerste goede stap is dat de nieuwe kerndoelen al ambitieuzer zijn dan in het verleden. We kijken nu hoe we die ook passend kunnen vertalen naar nieuwe referentieniveaus, waarbij het minimumniveau in ieder geval ambitieus zal zijn.’