Dit moet je weten over het nieuwe PISA-onderzoek

Op dinsdag 8 september worden de resultaten van het nieuwste PISA-onderzoek gepresenteerd.

Dit moet je weten over het nieuwe PISA-onderzoek

De resultaten uit het PISA-onderzoek geven inzicht in de kennis en vaardigheden die vijftienjarigen wereldwijd beheersen. Vier vragen en antwoorden over dit internationale onderzoek.

Wat is PISA ook alweer?

'PISA' staat voor Programme for International Student Assessment en is de naam van een onderzoek dat in zo'n 95 landen wordt uitgevoerd, onder toezicht van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Middels dit onderzoek worden wereldwijd de kennis en vaardigheden van vijftienjarigen op het gebied van wiskunde, lezen en natuurwetenschappen in kaart gebracht. Dat zijn de drie zogeheten kerndomeinen. Bij elk nieuw PISA-onderzoek kan er ook aandacht worden besteed aan aanvullende domeinen.

Sinds 2000 wordt er elke drie jaar een PISA-onderzoek uitgevoerd, waarbij leerlingen zowel een digitale toets als een vragenlijst over hun school en zichzelf voorgeschoteld krijgen. Het onderzoek dat in 2021 zou plaatsvinden, werd een jaar uitgesteld naar 2022 vanwege de coronapandemie. Het onderzoek dat aanstaande september gedeeld wordt, vond plaats in 2025 en heet daarom PISA-2025.

Bij elke PISA-editie wordt er een zogenoemd hoofddomein aangewezen waar extra aandacht voor is in de toetsen. Dat zijn afwisselend de drie eerdergenoemde domeinen lezen, wiskunde en natuurwetenschappen.

Waar lag in 2025 de focus op?

Voor PISA-2025 was het hoofddomein 'natuurwetenschappen'. Dat gaat, zoals omschreven door PISA, over 'het gebruiken van kennis en inzicht om problemen te herkennen en natuurwetenschappelijke verschijnselen te verklaren die leerlingen ook in het dagelijks leven tegenkomen'. Zo konden leerlingen bijvoorbeeld gevraagd worden naar manieren om het smeltproces van een sneeuwpop te vertragen.

Een aanvullend domein waar de leerlingen tijdens deze editie vragen over konden krijgen, was het domein 'Leren in een digitale wereld'. Dat moet inzicht geven in de mate waarin leerlingen weten hoe ze digitale middelen oplossingsgericht in kunnen zetten, zoals bij het maken van websites of programmeren van robots.

Wat kunnen we met de onderzoeksresultaten?

Ze laten zien hoe en in welke mate leerlingen hun opgedane kennis en vaardigheden toepassen in het dagelijks leven, en of ze goed kunnen functioneren in de huidige maatschappij. De resultaten zijn representatief voor alle vijftienjarigen in het betreffende land. Ook geven de onderzoeksuitkomsten mogelijke verschillen weer tussen landen en scholen, waardoor die landen en scholen van elkaar kunnen leren. De uitkomsten zijn daarmee waardevol voor beleidsmakers en scholen.

Hoe zagen de Nederlandse resultaten van PISA-2022 eruit?

Het rapport PISA-2022 sloeg een negatieve en verontrustende toon aan. Zo luidt de kop boven een interactieve infographic over het onderzoek van dat jaar: 'Prestaties Nederlandse 15-jarigen drastisch gedaald'.

In dat jaar waren de Nederlandse PISA-scores voor wiskunde –   het hoofddomein van dat jaar – nog nooit zo sterk gedaald sinds 2006, al lag de gemiddelde Nederlandse wiskundescore evengoed nog wel hoger dan in andere Europese landen.

Het negatieve sentiment gold ook voor de leesvaardigheid van Nederlandse vijftienjarigen: de scores waren 'opnieuw drastisch gedaald' en lagen ook lager dan gemiddeld in Europa.

Wat de natuurwetenschappen betreft was de Nederlandse score in 2022 ook gedaald ten opzichte van eerdere jaren. Maar het zakte niet tot onder het Europees gemiddelde; waar Nederland bij voorgaande PISA-onderzoeken nog een hoger gemiddelde dan andere Europese landen had, lag de score in 2022 gelijk met dat van andere landen.