Gouden Weken, stevige basis
Waarom de basisvaardigheden na de zomer extra aandacht vragen.
Voor veel scholen staan de Gouden Weken in het teken van groepsvorming en een goed pedagogisch klimaat. De term ‘Gouden Weken’ is oorspronkelijk geen wetenschappelijk begrip, maar een in de Nederlandse onderwijspraktijk ingeburgerde aanduiding voor de eerste weken van het schooljaar. De gedachte erachter sluit aan bij theorieën over groepsontwikkeling (Tuckman, 1965). Na de zomervakantie vormt een klas zich opnieuw: leerlingen verkennen elkaar, de leerkracht, de regels en de normen die in de groep zullen gelden. In Nederland is dit gedachtegoed praktisch uitgewerkt in trainingen en publicaties over groepsvorming, onder meer rond het werk van Boaz Bijleveld (2019) en de onderwijsbegeleidingspraktijk waarin de term werd verspreid. De Gouden Weken verwijzen daarmee vooral naar een pedagogisch kader: de periode waarin de basis wordt gelegd voor groepsklimaat, routines en onderlinge verhoudingen.
In dit artikel verbreden we dat perspectief. Deze periode gaat namelijk niet alleen over groepsvorming, maar ook over het opnieuw activeren van basisvaardigheden. Juist omdat er in de eerste weken routines worden opgebouwd, zijn ze ook geschikt om cognitieve routines te herstellen: kennis ophalen, basisvaardigheden oefenen en nagaan wat leerlingen na de zomer nog vlot beschikbaar hebben. Deze basisvaardigheden kunnen namelijk enigszins zijn teruggevallen in een zomervakantie vol ontspanning, sport en spel: de zomerdip.
De zomerdip (summer learning loss)
Veel kinderen zijn tijdens de zomervakantie vooral bezig met rust en ontspanning. Maar uit onderzoek blijkt dat diezelfde vakantie ook een keerzijde kan hebben: vaardigheden die vooral door oefening scherp blijven, zoals rekenen en spelling, zakken merkbaar weg (Cooper et al., 1996). Veel leraren herkennen dit fenomeen, dat internationaal bekend staat als summer learning loss of summer slide: een zomerdip waarbij leerlingen terugvallen in hun schoolprestaties na een lange periode zonder de structurele instructie en regelmaat van school, met name bij rekenen en taal.
De kenniskraan staat dicht (faucet theory)
Deze dip in geleerde kennis gedurende de schoolvakantie wordt doorgaans vastgesteld na een vergelijking van (gestandaardiseerde) testscores in het voorjaar en najaar. Een afname van resultaten wordt vaak verklaard aan de hand van de ‘kraantheorie’ (faucet theory: Entwisle et al., 2000): school wordt vergeleken met een kraan van kennis en middelen, die in de zomer ‘dichtstaat’. Toch is dit beeld van de dichte kraan wat eenvoudig. Onderzoek laat zien dat de zomerdip niet bij alle leerlingen hetzelfde verloopt. De terugval verschilt per vak, per thuissituatie en per leerling. De zomer is daarom geen uniforme onderbreking, maar een periode waarin verschillen tussen leerlingen zichtbaar kunnen worden.
Verschillen tussen schoolvakken
De precieze omvang van deze afname verschilt per vak. Meerdere (veelal Amerikaanse) onderzoeken hebben aangetoond dat de terugval vooral te zien is bij rekenenwiskunde, meer nog dan bij begrijpend lezen. Bij lezen is de kans groter dat leerlingen ook buiten school blijven oefenen, bijvoorbeeld doordat ze thuis lezen of in het dagelijks leven tekst tegenkomen. Zo is er in een Oostenrijkse studie zelfs een groei in leesvaardigheid in de zomerperiode waargenomen (Paechter et al., 2015). Rekenen daarentegen is sterker afhankelijk van opgebouwde kennis en ingeslepen vaardigheden: getalbegrip, rekenfeiten, procedures en oplossingsstrategieën grijpen op elkaar in. Als leerlingen langere tijd minder rekenen, zijn die kennis en vaardigheden niet altijd meer vlot beschikbaar. Daardoor kan terugval na de zomer bij rekenen duidelijker zichtbaar worden. Ook spelling lijkt bij leerlingen meer terug te vallen dan lezen tijdens de zomer (Paechter et al., 2015).
Hoewel zomerprogramma’s soms worden ingezet om de mogelijke terugval in leergroei tegen te gaan, plaatste Kuhfeld (2019) vraagtekens bij de effectiviteit van een zomerkamp of andere vorm van informele schoolprogramma’s tijdens de zomervakantie. Zij concludeerde dat kinderen weliswaar wat leren, maar dat in sommige gevallen deze voorsprong van kennis rond de herfst alweer afgenomen was. Dit benadrukt dat zomerprogramma’s geen vanzelfsprekende oplossing zijn: de kwaliteit, duur, intensiteit en aansluiting op schoolse leerdoelen zijn bepalend. Dit benadrukt de noodzaak van goede instructie en extra oefentijd in de klas na de zomer.
Verschillen tussen thuissituaties
Daarnaast hebben sommige studies laten zien dat de zomerdip de verschillen tussen leerlingen uit verschillende thuissituaties mogelijk nog kan doen toenemen: een zogenaamde summer gap. Zo suggereerden eerdere studies dat verschillen in thuissituaties een verschil in toegang tot educatieve hulpbronnen kunnen betekenen: niet alle kinderen hebben in de zomer evenveel toegang tot puzzels, leerzame spellen en andere vormen van leren, zoals uitstapjes naar de dierentuin of een museum.
Echter, Kuhfeld (2019) plaatst vraagtekens bij deze summer gap theory, op basis van een analyse van grote groepen Amerikaanse basisschoolleerlingen. Kuhfeld laat zien dat individuele variatie een grotere invloed lijkt te hebben dan de sociaal-economische kenmerken van de school of leerlingengroep. Ook Von Hippel en Hamrock (2019) laten zien dat de sociaaleconomische kloof niet per se sterker groeit in de zomer dan tijdens het schooljaar. Ongelijkheid ontstaat al in de vroege kindertijd, nog voor kinderen onderwijs krijgen, en wordt niet veroorzaakt door de zomerdip. De zomer kan de verschillen wel zichtbaar maken en die soms versterken.
Verschillen tussen individuen
Kuhfeld analyseerde de data van grote groepen Amerikaanse basisschoolleerlingen door te kijken naar verschillen in toetsscores tussen een standaardtest voor lezen en rekenen die in het voorjaar en najaar werd afgenomen. De geschatte terugval in toetsscores was vergelijkbaar met ongeveer één tot twee maanden leergroei bij lezen en één tot drie maanden bij rekenen, maar er was ook sprake van veel individuele variatie tussen leerlingen.
Ook een latere studie (Atteberry & McEachin, 2021) liet zien dat de zomerdip niet evenredig verdeeld is over leerlingen, maar dat het zich als het ware opstapelt bij dezelfde leerlingen over meerdere zomers. Oftewel, als een leerling in een zomer relatief veel verlies ervaart, is de kans groot dat dit in de volgende zomers opnieuw gebeurt. De zomer is dus niet alleen een tijdelijke stagnatie van leergroei, maar kan bijdragen aan een cumulatief proces van leerachterstanden. Sommige meer kwetsbare leerlingen hebben elk jaar opnieuw meer last van de zomeronderbreking en lopen herhaaldelijk leerverlies op. Dat vraagt om vroeg signaleren en extra oefentijd, naast het effectief benutten van de Gouden Weken.
Daarnaast toonde Kuhfeld aan dat de grootste voorspeller van deze zomerdip de mate van groei van die leerlingen in het afgelopen jaar was: hoe meer leerlingen geleerd hadden, hoe meer ze terug konden vallen. Dat maakt de Gouden Weken extra belangrijk: juist de leerstof die in het vorige schooljaar is opgebouwd, vraagt na de zomer om herhaling, oefening en opnieuw inslijpen.
• Begin bij de kern van vorig jaar: herhaal de belangrijkste leerstof voordat er met nieuwe stof gestart wordt.
• Plan dagelijks korte diagnostische reken- en spellingsoefeningen (tafels, dictees, leesteksten) om gericht te zien waar gaten zitten: ‘Weet ik het nog, kan ik het nog?’
• Activeer leesplezier door leerlingen te laten delen wat ze in de vakantie lazen en daarop in te haken.
• Richt extra oefentijd in voor leerlingen bij wie basiskennis of automatisering is weggezakt.
• Betrek ouders met eenvoudige tips: samen lezen, boodschappensommen, taal- en rekenspelletjes.
Opbouwen, herhalen en automatiseren
Onderwijsongelijkheid is niet simpelweg een gevolg van verlies van kennis in de zomer, maar van verschillen in leeromgevingen gedurende het hele jaar. De zomervakantie kan deze verschillen wel zichtbaarder maken. Omdat verschillen groot kunnen zijn, is het dan ook belangrijk om hier in de klas op te letten aan het begin van het schooljaar. De Oostenrijkse studie van Paechter en collega’s uit 2015 liet zien dat leerlingen negen weken na de zomervakantie leergroeiverschillen op het gebied van rekenen en spelling weer hadden ingehaald. Scholen moeten in de Gouden Weken daarom diagnostisch kijken en deze periode in het teken zetten van ophalen, herhalen, automatiseren en opnieuw opbouwen van leervertrouwen (zie kader). Zo kan een eventuele terugloop van kennis en vaardigheden worden omgebogen tot een vliegende start van het nieuwe schooljaar.
Literatuur
• Bijleveld, B. (2019). De Gouden Weken 2.0. Eduforce. • Cooper, H., Nye, B., Charlton, K., Lindsay, J., & Greathouse, S. (1996). The effects of summer vacation on achievement test scores: A narrative and meta-analytic review. Review of Educational Research, 66(3), 227–268. • Entwisle, D. R., Alexander, K. L., & Olson, L. S. (2000). Summer learning and home environment. In R. D. Kahlenberg (Ed.), A nation at risk: Preserving public education as an engine for social mobility (pp. 9–30). Century Foundation Press. • Kuhfeld, M. (2019). Surprising new evidence on summer learning loss. Phi Delta Kappan, 101(1), 25–29. • Paechter, M., Luttenberger, S., Macher, D., Berding, F., Papousek, I., Weiss, E. M., & Fink, A. (2015). The effects of nine-week summer vacation: Losses in mathematics and gains in reading. Eurasia Journal of Mathematics, Science and Technology Education, 11(6), 1339–1413. • Tuckman, B. W. (1965). Developmental sequence in small groups. Psychological Bulletin, 63, 384–399. • Von Hippel, P. T., & Hamrock, C. (2019). Do test score gaps grow before, during, or between the school years? Measurement artifacts and what we can know in spite of them. Sociological Science, 6, 43–80.