Minimumdoelen kunnen kerndoelen waarmaken
Denken over goed onderwijs en het realiseren daarvan.
De nieuwe kerndoelen waarmee vanaf augustus 2026 in po en onderbouw vo wordt gestart (rekenen/wiskunde en Nederlands), leveren door hun bewust vage formulering veel onduidelijkheid op. Vlaanderen start, eveneens aankomend schooljaar, met de verplichting voor de kleutergroepen om te gaan werken met de bewust zeer concrete minimumdoelen Nederlands en rekenen. Eerder verscheen in de Liniaal al een vergelijking tussen de aanpak van de Nederlandse Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) en de werkwijze van de Vlaamse minister Demir. Dit artikel gaat dieper en betoogt dat juist aanbods-, ervarings- en beheersingsdoelen – de insteek van SLO – beter kunnen worden bereikt als er minimumdoelen worden gehanteerd, waarin kennis-, inzicht-, vaardigheden- en attitudedoelen centraal staan.
Het idee achter het curriculum I
Om te begrijpen waar de onderwijsfilosofie van SLO vandaan komt, moet men iets van Gert Biesta hebben gelezen. Biesta’s drieslag, die volgens hem de bedoeling van onderwijs beschrijft, is bekend in menig lerarenkamer: kwalificatie, socialisatie, subjectificatie. Met enige versimpeling als volgt te vertalen: een leerling moet kennis en vaardigheden opdoen, moet leren omgaan met anderen en moet leren zichzelf te verhouden tot de wereld om zich heen. Biesta pleit voor een zogeheten zwakke onderwijsfilosofie, waarin belangrijk is:
De mate waarin en de manier waarop onderwijs een bijdrage levert aan het plaatsvinden van de gebeurtenis van subjectiviteit. Hoewel het duidelijk is dat onderwijzers deze gebeurtenis niet kunnen produceren […] is het ruimte bieden aan risico, het openhouden van de situatie zodat de gebeurtenis van subjectiviteit kan verschijnen […] een scheppingsdaad. Dat gebaar moet worden begrepen in de zwakke, existentiële zin waarin het zijn tot leven wordt gebracht – een leven dat wordt gedeeld met anderen in responsiviteit en verantwoordelijkheid (Biesta, 2015, p. 43).
In het praktiseren van onderwijsfilosofie is dit soort zoekende taal begrijpelijk. Men definieert niet even snel het doel van het gehele onderwijs, maar zoekt naar het formuleren van een benadering. Onderwijsfilosofie is evenwel geen curriculumontwerp, laat staan didactiek. Als onderwijs concreet moet worden gemaakt in het klaslokaal heb je naast onderwijsfilosofie ook evidence-informed informatie nodig over didactiek, pedagogiek en curriculumontwerp. Toch kiest SLO ervoor om in de formulering van kerndoelen dicht bij de onderwijsfilosofie te blijven. Kerndoelen worden door SLO namelijk als volgt gedefinieerd:
Een kerndoel is een wettelijk doel dat beschrijft waar leerlingen mee in aanraking moeten komen, welke inspanning van hen wordt verwacht met het oog op ervaringen, of wat ze uiteindelijk moeten beheersen. Het kan gaan om aanbods-, ervarings- en beheersingsdoelen. Daarmee geven kerndoelen richting aan het onderwijs en leggen ze de basis vast waar iedere leerling recht op heeft. Die basis is nodig om door te stromen naar vervolgonderwijs, jezelf te ontwikkelen en volwaardig deel te nemen aan de samenleving (SLO, 2025, p. 7).
De kerndoelen draaien dus om een door de school aangeboden omgeving die het leren stimuleert: bepaalde ervaringen die leerlingen binnen de onderwijssetting samen en alleen moeten opdoen en kennis en vaardigheden die zij moeten beheersen. Biesta’s drieslag is hierin duidelijk zichtbaar. Vermoedelijk tot zijn spijt, immers: een leerervaring formuleren als wettelijk verplicht kerndoel gaat nu net voorbij aan Biesta’s punt dat een leraar dit voor een leerling niet kan produceren, de leraar kan enkel ruimte bieden in de hoop dat een leerling een dergelijke ervaring opdoet.
Als een van de belangrijkste onderwijsdoelen is dat leerlingen belangrijke ervaringen opdoen tijdens hun schooltijd die hun persoonlijke groei helpen verwezenlijken, dan is het niet zinvol om ervaringsdoelen te formuleren. Je moet dan juist inzetten op de kennisbagage die leerlingen nodig hebben om zo’n ervaring te kunnen ondergaan. Minder abstract geformuleerd: als de school niet vol inzet op kennis en kunde om leerlingen de complexere lagen van de wereld om hen heen te laten begrijpen, blijft iedere ervaring oppervlakkig. Biesta’s ruimte en SLO’s kerndoelen moeten worden gevuld met inhoud om een leerervaring mogelijk te maken. Minimumdoelen die helder vastleggen welke kennis en kunde leerlingen eind groep 2, groep 5 en groep 8 moeten beheersen, voorzien in die cruciale inhoud. De Vlamingen lazen het werk van E. D. Hirsch en begrepen dat meteen.
Het idee achter het curriculum II
De commissie Muijs formuleerde minimumdoelen in de traditie van een kennisrijk curriculum. Het uitgangspunt is dat kennis de basis is voor het beheersen van vaardigheden en dat de kennis en vaardigheden die een mens beheerst, diens blik op de wereld bepalen, evenals een groot deel van diens positie in de wereld. In de Vlaamse overheidstoelichting van minimumdoelen stelt Muijs:
Een kennisrijk curriculum verzoent kennis en vaardigheden. ‘Dingen weten’ – of je voorkennis – bepaalt hoe snel en diepgaand je nieuwe leerstof en vaardigheden de baas kan. Met een ruime woordenschat lees je makkelijker moeilijke teksten. En als je thuis bent in een bepaald onderwerp, kan je er ook kritisch over reflecteren en die kennis creatief inzetten bij nieuwe ervaringen en problemen. Kennis helpt je daarnaast in het samenleven met anderen: als je een gemeenschappelijk referentiekader kan inzetten, voel je vaker meer begrip dan frustratie en conflict (Departement Onderwijs en Vorming, 2026, p. 4).
Wie – in Biesta’s woorden – socialisatie en subjectificatie wil bereiken, weet dat een school enkel de voorwaarden kan scheppen om dat te laten gebeuren. Zo’n school zou zich inzetten voor een kenniscurriculum dat leerlingen de nodige kwalificatiebasis geeft. Alleen dan kunnen zij tot een gemeenschappelijk referentiekader komen en nieuwe ervaringen ten volle benutten voor persoonlijke groei.

Een doel, twee methoden
Zo bekeken zijn minimumdoelen een betere weg naar eenzelfde doel, namelijk de best mogelijke voorbereiding van leerlingen op hun verdere leven en plek in de maatschappij. De denkrichting van kerndoelen verschilt fundamenteel van die van minimumdoelen. Waar kerndoelen inzetten op ervaringsdoelen en beheersingsdoelen en daarmee skills-based zijn, zetten minimumdoelen in op kennis en inzicht die tot vaardigheden leiden, en zijn ze daarmee knowledge-based. Skills-based denken reserveert bewust veel ruimte voor verschillende interpretaties van hoe die vaardigheden door leerlingen zouden kunnen worden bereikt. Knowledge-based denken is daarentegen bewust concreter over welke kennis voorwaardelijk is om bepaalde vaardigheden onder de knie te kunnen krijgen. Juist omdat schoolleiders en leraren al zwaar belast zijn met de alledaagse taken van het realiseren van goed onderwijs, verdienen zij duidelijkheid als het aankomt op het hoe en wat: omdat weten waar de lat ligt een eerste stap is om die lat daadwerkelijk te bereiken.
Stichting Meer Leren op School lanceerde in juli dit jaar daarom de Nederlandse vertaalslag van de Vlaamse minimumdoelen. Nederlandse minimumdoelen om het onderwijs te verbeteren en leerlingen te geven waar ze recht op hebben: een degelijke voorbereiding op hun latere leven.
Literatuur
• Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Uitgeverij Phronese.
• SLO. (2025). Kerndoelen PO 2025.
• Departement Onderwijs en Vorming. (2026). Nieuwe minimumdoelen in het basisonderwijs. Vlaamse Overheid.