Pleidooi voor gegrond onderwijs

In deze nieuwe rubriek bespreken we proefschriften die van betekenis kunnen zijn voor het klaslokaal. We trappen af met het proefschrift van Tim Surma over het belang van evidence- informed werken en wat daarvoor nodig is.

Pleidooi voor gegrond onderwijs

Tim Surma begint zijn proefschrift met een anekdote van Plato: een jongeman, Thales, is zo geobsedeerd door de sterren boven zich dat hij geen aandacht meer heeft voor de grond onder zijn voeten en prompt in een put valt. Surma verbindt dit mooi aan het onderwijs: soms zijn we zo in de ban van een nieuwe aanpak dat we weinig anders meer zien. Ons enthousiasme wordt als het ware het bewijs dat we goed bezig zijn.

Surma zet daar evidenceinformed handelen tegenover. Zijn proefschrift is een pleidooi voor gegrond onderwijs, met stevige wortels in wetenschappelijke én praktijkkennis. Oftewel voor leraren die robuuste inzichten uit onderzoek benutten, met oog voor de kenmerken en dynamiek van hun eigen klas.

Repertoire van leraren

Eenzelfde brede definitie van evidence-informed is ook terug te lezen in het recente advies Leren van onderzoek (2026) van de Onderwijsraad: ‘geïnformeerd handelen op basis van een breed palet aan onderzoek, met oog voor de contextualiteit, complexiteit en normatieve kanten van de onderwijspraktijk.’

Net als de raad, is Surma geen voorstander van een overheid die van bovenaf evidence-informed werken en bewezen effectieve aanpakken voorschrijft. Maar anders dan de raad, wil Surma ook weer geen duizend bloemen laten bloeien. Hij benadrukt het belang van robuuste inzichten voor goed onderwijs, waarbij hij de focus legt op kernprincipes uit de cognitieve psychologie over hoe mensen leren. Deze kennis zou aldus Surma de basis moeten vormen voor effectief leren en effectieve instructie.

Voor zijn onderzoek ging hij na in hoeverre deze kennis deel uitmaakt van het curriculum van lerarenopleidingen en van het repertoire van (startende) leraren. Dat bleek tegen te vallen. Surma analyseerde 61 handboeken en syllabi van Vlaamse en Nederlandse lerarenopleidingen en moest concluderen dat deze vrijwel geen systematische aandacht besteden aan twee van de best onderbouwde leerstrategieën: distributed en retrieval practice (gespreid oefenen en actief ophalen van kennis uit het geheugen). En waar deze wel aan de orde komen, bevat het lesmateriaal nauwelijks verwijzingen naar de achterliggende wetenschappelijke bronnen. Lerarenopleidingen rusten toekomstige leraren dus niet uit met de best evidence over hoe leren werkt, concludeert Surma.

Deze deelstudie vond plaats voordat Surma samen met collega’s het veelgelezen en veelgeprezen boek Wijze lessen (2019) schreef, waardoor deze leerstrategieën meer bekendheid kregen. Dus hopelijk is er sindsdien iets verbeterd.

Ook de kennis van beginnende leraren laat te wensen over, blijkt uit Surma’s tweede deelstudie, een survey onder 180 leraren uit het Vlaamse secundair onderwijs. Ze vinden het lastig om effectieve van niet of minder effectieve leerstrategieën te onderscheiden. Ze adviseren hun leerlingen bijvoorbeeld nogal eens om teksten samen te vatten en daarin te markeren. Beide zijn goed voor scoren op de korte termijn, maar niet om je informatie echt eigen te maken. Niet zo vreemd dus dat Surma’s derde deelstudie uitwijst dat leerlingen doorgaans weinig kaas hebben gegeten van hoe ze het beste kunnen leren.

‘Lerarenopleidingen rusten toekomstige leraren dus niet uit met de best evidence over hoe leren werkt’

Valkuilen

Tot dusver biedt Surma’s onderzoek een weinig rooskleurig beeld. Zijn vierde deelstudie naar de nationale curricula voor lerarenopleidingen in Engeland en Australië laat zien hoe het ook anders kan. Hij koos deze twee landen, omdat ze de curricula expliciet baseren op robuuste kerninzichten over hoe mensen leren. Op basis van de rode draden in deze twee curricula formuleerde hij een minimale kennisbasis (Minimal Agreed Knowledge Set) met 52 elementen verdeeld over acht instructieprincipes, zoals ophalen van voorkennis, modeling en het gebruik van uitgewerkte voorbeelden. Deze kennisbasis zou wat hem betreft verplicht moeten zijn voor elke Nederlandse en Vlaamse lerarenopleiding.

Hij onderzocht overigens niet of leraren in Engeland en Australië inderdaad beter beslagen ten ijs komen dan hun Vlaamse en Nederlandse collega’s, maar de randvoorwaarden lijken daar hoe dan ook gunstiger. Immers, zoals Surma redeneert, wanneer fundamentele leerstrategieën ontbreken in het curriculum van de lerarenopleiding, kun je van beginnende leraren niet verwachten dat ze die wel benutten in hun lessen. Je kunt nu eenmaal niet onderwijzen wat je niet weet. Hij noemt evidence-informed practice het intellectuele raamwerk (scaffold) voor leraren om hun dagelijkse praktijk vorm te geven.

Een stevig, op wetenschappelijke kennis gebaseerd curriculum voor aanstaande leraren, kan bovendien helpen om enkele veelvoorkomende valkuilen bij het gebruik van onderzoek in de schoolpraktijk te vermijden, stelt Surma in zijn slotbeschouwing. De eerste is versnippering en heeft te maken met de al genoemde brede definitie van evidence-informed handelen. Anders gezegd: een bewezen leer- en instructiestrategie is nooit het doel, maar altijd een middel om tot leren te komen. Als leraar moet je dat middel betekenisvol inzetten binnen je leerplan, lesdoelen en curriculum. Of zoals Surma stelt: retrieval practice inzetten is mooi, maar bedenk wel eerst welke leerstof precies het herinneren waard is.

Een tweede valkuil heeft hiermee te maken, namelijk het idee dat je vaardigheden zoals zelfregulerend leren of creatief denken los kunt oefenen. Ze moeten altijd ingebed zijn in domeinspecifieke kennis. Creatief denken bijvoorbeeld vraagt bij wiskunde iets anders dan bij Nederlands.

Nog een valkuil is de neiging van leraren om, net als alle mensen, bevestiging of legitimatie te zoeken voor wat ze belangrijk vinden of geloven. ‘Evidence’ is snel te vinden, maar niet altijd betrouwbaar of robuust genoeg. Het is de reden dat hardnekkige mythes zoals leerstijlen blijven bestaan. Ze klinken geloofwaardig en sympathiek – gun elke leerling zijn eigen manier van leren – maar ze missen elke grond en doen leerlingen meer kwaad dan goed. Laat je niet verblinden door fonkelende sterren, is de les van Surma, maar zoek stevige grond onder je voeten. Zo vermijd je de put van Thales.

Surma, T. (2026). Pathways To Evidence-Informed Practice: From Teacher Education Curricula To Classroom Learning. [Doctoral Thesis, Doctorate Board of the Open Universiteit]. Open Universiteit.