We moeten meer versnellen in het onderwijs

Versnellen is een effectieve en succesvolle interventie voor hoogbegaafde leerlingen. We doen het echter te weinig, betoogt leerkracht en hoogbegaafdheidsspecialist Sofie van de Waart.

We moeten meer versnellen in het onderwijs

In het basisonderwijs zijn we bekend met het doubleren van leerlingen, maar lijken we een natuurlijke angst voor versnellen te hebben. Uit beroemd onderzoek van John Hattie uit 2009 naar onderwijseffectiviteit is duidelijk geworden dat versnellen wel degelijk een effectieve strategie is, in tegenstelling tot zittenblijven. Maar waarom gebeurt het dan niet zo vaak?

Wat is versnellen?

Onder versnellen verstaan we in het algemeen interventies die ervoor zorgen dat leerlingen bepaalde leerdoelen halen in minder tijd dan hiervoor staat (zie Themabrochure Versnellen, en Davis, Rimm en Siegle (2011) voor een overzicht). Dit kan betekenen dat leerlingen vroeger instromen in de kleuterklas, een klas overslaan, meerdere leerjaren in één jaar doorlopen, of een vak extra snel doorlopen.

De beslissing tot versnelling lijkt misschien complex. In het onderwijs ontstaat dan ook vaak discussie over de balans tussen cognitieve uitdaging en mogelijke negatieve sociaal-emotionele gevolgen. Deze discussie is niet nieuw. Lianne Hoogeveen, bijzonder hoogleraar Identification, Support and Counseling of Talent aan de Radboud Universiteit, is gepromoveerd op versnellen. Zij besprak recentelijk een artikel over een groot, meerjarig onderzoek naar versnellen. Hieruit bleek dat ouders, leraren en leerlingen ondanks hun scepsis voorafgaand aan het onderzoek positief waren over het versnellen van hoogbegaafde leerlingen. De docenten en medeleerlingen merkten zelfs niet meer wélke leerlingen versneld waren. Het bijzondere aan het citaat dat Hoogeveen besprak, was dat het kwam uit een artikel van Elwell uit 1958. Oftewel, de discussie over versnellen én de vooroordelen hierover bestaan al lang.

Zelf heb ik het altijd vreemd gevonden dat we het enerzijds normaal vinden dat een leerling in een aparte leerlijn, met uitstroomniveau praktijkonderwijs bijvoorbeeld, in groep 6 op het niveau van groep 3 rekent. Sterker nog, iedereen zou het onrealistisch en zielig vinden als we die leerling zouden dwingen mee te doen met de reguliere groep. Anderzijds moet een leerling die enkele jaren voorloopt op de lesstof toch eerst het gewone werk afmaken, of wordt hij of zij zoet gehouden met een mager plusboekje. En als we die leerling dan stof geven van een groep hoger, zijn we bang dat we in groep 8 niets meer te bieden hebben! Versnellen lijkt mij dan ook een logische oplossing. Maar wat zijn de voordelen van versnellen dan precies, en hoe pak je het aan?

Positieve interventie

Versnellen is allereerst een positieve interventie, zowel qua leerprestaties als sociaal-emotionele ontwikkeling. Bij hoogbegaafde leerlingen is het zelfs de meest onderzochte en meest effectieve maatregel die je kunt inzetten om het welbevinden en de leerprestaties van hoogbegaafde leerlingen te bevorderen.

Daarnaast is het ook nog relatief eenvoudig, aangezien het minder ingewikkeld is dan een compleet aangepast lesprogramma. De grootste mythe over negatieve effecten van versnellen betreft de sociaal-emotionele component; er is echter geen wetenschappelijke onderbouwing dat leerlingen die versneld zijn daar emotionele problemen door zouden krijgen, ook niet op lange termijn. Dat dit toch zo sterk gedacht wordt, is vermoedelijk een omdraaiing van oorzaak-gevolg: als een leerling die versneld is vastloopt, wordt er meteen gewezen naar het feit dat de leerling versneld is, in plaats van dat andere factoren onderzocht worden. Ook blijven cases die minder goed gaan wellicht beter ‘hangen’ in het geheugen van leerkrachten en ouders dan wanneer er niets aan de hand is na de versnelling.

Versnellen alleen is nooit genoeg

Ondanks de positieve effecten kan versnellen nooit de enige oplossing zijn. Daarnaast moet je goed weten hoe je het aanpakt, eventueel met hulp van een hoogbegaafdheidsspecialist. Versnellen is altijd een onderdeel van het aanbod dat je presenteert aan leerlingen die sneller door de leerstof gaan. Compacten (minder van de reguliere stof aanbieden), verrijken en deelnemen aan bijvoorbeeld een plusklas zullen altijd noodzakelijk zijn, ook na de versnelling. Nadat een leerling de stof heeft ‘ingehaald’, zal de stof immers niet opeens moeilijker zijn en dan kom je al snel op hetzelfde punt uit.

Hoe pak je het aan?

Maar wanneer en hoe versnellen we een leerling het beste? Op het moment dat je ziet dat een leerling duidelijk meer aankan en hoge scores haalt, is het verstandig om alle factoren die invloed hebben in kaart te brengen. Dat kan met de Versnellingswenselijkheidslijst, maar sinds kort is hier ook een nieuw instrument voor: Versnellen zonder drempels. Je kunt deze hele lijst invullen of gebruiken als checklist. Met de leerkracht, intern begeleider, de ouders en eventueel de leerling bespreek je de mogelijkheden. Overigens waarderen ouders het als het initiatief van de school komt en zij er niet om hoeven ‘zeuren’. Het lastige is dat sommige hoogbegaafde leerlingen in de klas al niet meer laten zien wat ze kunnen. Merk je dus een groot verschil tussen het beeld dat jij hebt van een leerling en zijn of haar prestaties, ga dan altijd op onderzoek uit en raadpleeg een specialist van bijvoorbeeld het samenwerkingsverband.

Sofie van de Waart. Fotografie: De Oppakkers

Het gebruik van toetsen

Om een goed beeld te krijgen van het niveau van een leerling, is het van groot belang de leerling ‘door te toetsen’. Dat wil zeggen: verder toetsen dan waar de leerling nu is met behulp van bijvoorbeeld Cito of de methodetoetsen. Als je een leerling doortoetst, krijg je een goed beeld van wat de leerling al beheerst. Als je die toets daarnaast ook nog zelf begeleidt, zie je hoe snel de leerling dingen oppikt. Als de leerling bijvoorbeeld vastloopt bij een breuksom, en vervolgens na een korte uitleg de volgende breuksom zelf afleidt en kan oplossen, heb je meteen al veel informatie over wat de leerling aankan.

Wacht niet tot je de uitslag hebt van een IQ-test. Weliswaar zijn deze wetenschappelijke onderzoeken gedaan bij officieel hoogbegaafde leerlingen, toch zouden we veel beter uit kunnen gaan van de onderwijs- en ontwikkelbehoeften van de leerlingen. Bovendien kun je ook dingen uitproberen om te zien wat wel werkt en wat niet. Zelf werk ik graag met een ‘proefperiode’, om de overstap ook minder zwaar te maken voor de leerling. Daarnaast zijn er ook vele andere varianten te bedenken van versnellen, zoals alleen in de ochtenden of alleen bij specifieke vakken.

Denk aan hiaten

Vergeet niet dat het kind door een groep over te slaan, kans heeft op hiaten in de lesstof. De leerling kan niet opeens uit zichzelf alle spellingregels beheersen of procentsommen maken zonder extra instructie. Maar mijn ervaring is dat ouders prima bereid zijn om met het juiste materiaal wat extra bij te spijkeren. En, nog één tip voor je dit traject ingaat: betrek ook de leerling bij het proces. Want zijn of haar motivatie is essentieel voor het succes van de versnelling.

Gelijke kansen voor alle leerlingen

Op de juiste manier toegepast, is versnellen een effectieve interventie die het welbevinden en de resultaten van hoogbegaafde leerlingen ten goede komt. Gelukkig zien we de laatste tien jaar de positieve ontwikkeling dat versnellen is toegenomen en doubleren is afgenomen. Desondanks wordt versnellen nog altijd slechts in beperkte mate ingezet. Door kennis over versnellen te vergroten, kan het vaker en creatiever ingezet worden als interventie bij leerlingen die dit aankunnen. Zo kunnen we voorzien in de onderwijsbehoeften van íeder kind. En dat komt de kansengelijkheid voor alle leerlingen ten goede!

Literatuur

• Davis, G. A., Rimm, S. B., & Siegle, D. (2011). Education of the gifted
and talented (6th ed.). Pearson.
• Elwell, C. (1958). Acceleration of the gifted. Gifted Child Quarterly, 2(2), 21–23.
• Hattie, J. A. C. (2009). Visible learning: A synthesis of over 800 meta-analyses relating to achievement. Routledge.